Herziening richtlijnmodules Uveïtis
Nieuwe inzichten in de richtlijn Uveitis
De richtlijn Uveitis is herzien én uitgebreid met nieuwe modules. Naast geactualiseerde aanbevelingen is er nu ook aandacht voor tsDMARD’s, de plaats van b/tsDMARD’s ten opzichte van csDMARD's en de organisatie van multidisciplinaire zorg.
De richtlijn is herzien vanwege nieuwe inzichten over het type medicijnen en de toedieningsvormen hiervan en de organisatie van de zorg. Hierdoor bevat de richtlijn nu aanbevelingen over de beste multidisciplinaire zorg voor patiënten met uveitis volgens huidige maatstaven.
Inhoud van de richtlijn
De belangrijkste wijzigingen in de richtlijn:
• Behandeling met lokale corticosteroïdinjecties (corticosteroïdimplantaten): In de herziening van deze module zijn situaties toegevoegd waarin geen implantaat moet worden gegeven.
• Behandeling van infectieuze uveitis, in het bijzonder acute retinale necrose (ARN): De aanbeveling is uitgebreid met onderscheid tussen patiënten met en zonder risicofactoren en behandeling met orale antivirale middelen naast intraveneuze middelen.
• Effectiviteit van targeted synthetic Disease-Modifying Antirheumatic Drug's (tsDMARD’s) bij de systemische behandeling van niet-infectieuze uveitis: Dit is een nieuwe module met advies in welke situaties deze middelen overwogen kunnen worden.
• Plaats van b/tsDMARD's (biological/tsDMARD's) ten opzichte van conventionele systemische DMARD’s (csDMARD's): Dit is ook een nieuwe module met aanbevelingen over wanneer bDMARD's als primaire behandeling kunnen worden ingezet.
• Behandeling van uveitis bij kinderen: Deze module is uitgebreid met aandacht voor doorverwijzing naar een kinderreumatoloog, kinderarts of oogarts in een tertiair centrum, advies over de maximale termijn voor behandeling met topicale corticosteroïden en wanneer tsDMARD’s kunnen worden overwogen.
• Multidisciplinaire zorg: Een nieuwe module met de aanbeveling om de behandeling in een multidisciplinair team te laten plaatsvinden.
• Verwijzing naar de derde lijn: In deze module is nu ook aandacht voor behandeling van uveitis (complexe pathologie), al dan niet in een shared care constructie.
Samenwerking
De richtlijn is herzien op initiatief van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG), in samenwerking met vertegenwoordigers van reumatologen (NVR), internisten (NIV), kinderartsen (NVK) en medisch microbiologen (NVMM). Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten 2 (SKMS 2).
De richtlijn Uveitis is herzien én uitgebreid met nieuwe modules. Naast geactualiseerde aanbevelingen is er nu ook aandacht voor tsDMARD’s, de plaats van b/tsDMARD’s ten opzichte van csDMARD's en de organisatie van multidisciplinaire zorg.
De richtlijn is herzien vanwege nieuwe inzichten over het type medicijnen en de toedieningsvormen hiervan en de organisatie van de zorg. Hierdoor bevat de richtlijn nu aanbevelingen over de beste multidisciplinaire zorg voor patiënten met uveitis volgens huidige maatstaven.
Inhoud van de richtlijn
De belangrijkste wijzigingen in de richtlijn:
• Behandeling met lokale corticosteroïdinjecties (corticosteroïdimplantaten): In de herziening van deze module zijn situaties toegevoegd waarin geen implantaat moet worden gegeven.
• Behandeling van infectieuze uveitis, in het bijzonder acute retinale necrose (ARN): De aanbeveling is uitgebreid met onderscheid tussen patiënten met en zonder risicofactoren en behandeling met orale antivirale middelen naast intraveneuze middelen.
• Effectiviteit van targeted synthetic Disease-Modifying Antirheumatic Drug's (tsDMARD’s) bij de systemische behandeling van niet-infectieuze uveitis: Dit is een nieuwe module met advies in welke situaties deze middelen overwogen kunnen worden.
• Plaats van b/tsDMARD's (biological/tsDMARD's) ten opzichte van conventionele systemische DMARD’s (csDMARD's): Dit is ook een nieuwe module met aanbevelingen over wanneer bDMARD's als primaire behandeling kunnen worden ingezet.
• Behandeling van uveitis bij kinderen: Deze module is uitgebreid met aandacht voor doorverwijzing naar een kinderreumatoloog, kinderarts of oogarts in een tertiair centrum, advies over de maximale termijn voor behandeling met topicale corticosteroïden en wanneer tsDMARD’s kunnen worden overwogen.
• Multidisciplinaire zorg: Een nieuwe module met de aanbeveling om de behandeling in een multidisciplinair team te laten plaatsvinden.
• Verwijzing naar de derde lijn: In deze module is nu ook aandacht voor behandeling van uveitis (complexe pathologie), al dan niet in een shared care constructie.
Samenwerking
De richtlijn is herzien op initiatief van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG), in samenwerking met vertegenwoordigers van reumatologen (NVR), internisten (NIV), kinderartsen (NVK) en medisch microbiologen (NVMM). Het traject is begeleid door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Financiering is afkomstig van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten 2 (SKMS 2).
Project details
Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
Richtlijn
1 mei 2023
30 april 2026
Op te leveren eindproducten
Bestaande Richtlijn: waarvan één of meer modules worden herzien
Aantal modules: 6
- Infographic
Om de vernieuwde richtlijnmodules onder de aandacht te brengen bij oogartsen zal een infographic worden ontwikkeld waarin 1) de kernboodschappen van de vernieuwde richtlijn staan samengevat; 2) de oogarts gestimuleerd wordt om de richtlijn op de richtlijnendatabase te raadplegen en 3) getriggerd wordt en geleid wordt naar de REP om de inhoud van de richtlijn zich eigen te maken.
- Richtlijn educatie programma (REP)
Het NOG stelt bij al haar richtlijnen een REP op om de inhoud van de richtlijn onder de aandacht te brengen bij haar leden en middels een toets in de REP wordt hen gevraagd de opgedane inhoud middels casuïstiek toe te passen. Door deze methodiek tracht het NOG de implementatie van de aanbevelingen uit de richtlijn te bevorderen.
Om de vernieuwde richtlijnmodules onder de aandacht te brengen bij oogartsen zal een infographic worden ontwikkeld waarin 1) de kernboodschappen van de vernieuwde richtlijn staan samengevat; 2) de oogarts gestimuleerd wordt om de richtlijn op de richtlijnendatabase te raadplegen en 3) getriggerd wordt en geleid wordt naar de REP om de inhoud van de richtlijn zich eigen te maken.
- Richtlijn educatie programma (REP)
Het NOG stelt bij al haar richtlijnen een REP op om de inhoud van de richtlijn onder de aandacht te brengen bij haar leden en middels een toets in de REP wordt hen gevraagd de opgedane inhoud middels casuïstiek toe te passen. Door deze methodiek tracht het NOG de implementatie van de aanbevelingen uit de richtlijn te bevorderen.
Betrokken wetenschappelijke verenigingen
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
-
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
-
Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
-
Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
Nederlandse Internisten Vereniging
-
Nederlandse Internisten Vereniging
Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
-
Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose
Overige organisaties
Oogvereniging
-
Oogvereniging
Vereniging voor Oogheelkundige Verpleging en Zorgverlening
-
Vereniging voor Oogheelkundige Verpleging en Zorgverlening
MEDonline International B.V.
-
MEDonline International B.V.
Kennisinstituut Medisch Specialisten
-
Kennisinstituut Medisch Specialisten
.jpg&w=384&q=75)

